ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens over biologische ouderrelatie
Eiser kreeg op 26 oktober 2006 een verblijfsvergunning toegekend onder de beperking uitoefening van gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro bij [A]. Uit DNA-onderzoek bleek dat eiser niet de biologische zoon is van [A], maar waarschijnlijk een tante-neefrelatie bestaat. Verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
De rechtbank beoordeelde of eiser verwijt kan worden gemaakt van het verstrekken van onjuiste gegevens en of bij bekendheid met de juiste gegevens de vergunning zou zijn verleend. De rechtbank oordeelde dat het niet relevant is of eiser zelf onjuiste gegevens heeft verstrekt of daarvan op de hoogte was. Het gaat om het corrigeren van de onjuiste situatie.
Eiser stelde dat hij juridisch kind is van [A] of dat sprake is van een pleegouder-kindrelatie of familieleven, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank vond dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat de juiste gegevens niet tot toewijzing van de vergunning zouden hebben geleid. Ook het beroep tegen de weigering tot wijziging van de verblijfsbeperking faalde.
Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden een afwijking van het beleid rechtvaardigen, maar de rechtbank verwierp dit omdat het beleid juist rekening houdt met het ontbreken van verwijtbaarheid. De intrekking met terugwerkende kracht is volgens vaste jurisprudentie toegestaan. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en de weigering tot wijziging van de verblijfsbeperking wordt ongegrond verklaard.