ECLI:NL:RVS:2009:BI7515
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens over duurzaamheid middelen van bestaan echtgenoot
De zaak betreft het hoger beroep tegen de intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling, vanwege onjuiste gegevens over de duurzaamheid van de middelen van bestaan van haar echtgenoot. De werkgever van de echtgenoot had per 31 december 2005 ontslag verleend, terwijl het restaurant waar hij werkte reeds gesloten was. De rechtbank oordeelde dat ten tijde van de aanvraag de middelen van bestaan niet duurzaam waren.
De vreemdeling voerde aan dat zij niet op de hoogte was van het ontslag en dat het ontslag onvrijwillig was, maar dit werd niet relevant geacht voor de beoordeling. De Raad van State bevestigde dat de intrekking slechts beoogt de situatie te herstellen zoals die zou zijn geweest bij juiste gegevens. De middelen van bestaan waren niet duurzaam omdat het dienstverband van de echtgenoot was beëindigd.
Verder werd overwogen dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro geen inmenging oplevert omdat de vreemdeling geacht wordt nimmer in het bezit te zijn geweest van een verblijfsvergunning die dit recht mogelijk maakte. De belangenafweging door de staatssecretaris werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd omdat de middelen van bestaan van de echtgenoot ten tijde van de aanvraag niet duurzaam waren.