ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5876
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonplaats en toepassing 30%-regeling bij internationale belastingplicht
Eiser, een Noorse nationaliteit dragende werknemer van een internationaal transportbedrijf, betwistte de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003 en 2004. Hij stelde dat hij als inwoner van de Verenigde Staten moest worden aangemerkt vanwege de mogelijkheid tot gezamenlijke aangifte met zijn Amerikaanse echtgenote en dat de 30%-regeling ook op het voordeel van de ter beschikking gestelde auto moest worden toegepast.
De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 2002 in Nederland woonde en werkte, met een inschrijving in de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie tot 2008 en een woning in Nederland. Ondanks de mogelijkheid tot gezamenlijke aangifte met zijn echtgenote, had eiser deze niet gedaan, waardoor hij niet als inwoner van de VS kon worden beschouwd volgens het belastingverdrag.
De rechtbank oordeelde dat eiser naar de omstandigheden in Nederland woonde in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Tevens werd geoordeeld dat het voordeel van de ter beschikking gestelde auto niet tot de grondslag voor de 30%-regeling behoort, zoals bepaald in de Wet op de loonbelasting 1964. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de aanslagen werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen worden gehandhaafd.