ECLI:NL:RBSGR:2009:BO7081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering en toepassing Definitierichtlijn
Eiser, een Iraakse vreemdeling met een eerdere vluchtelingenstatus, werd ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning ingetrokken na veroordelingen voor geweldsdelicten. Hij voerde aan dat zijn vluchtelingenstatus niet mocht worden ingetrokken en dat de bescherming van de Definitierichtlijn en het EVRM in acht moesten worden genomen.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden in Irak zijn veranderd en dat eiser niet langer als vluchteling kan worden beschouwd volgens artikel 11 van Pro de Definitierichtlijn. Tevens is eiser uitgesloten van subsidiaire bescherming vanwege een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Definitierichtlijn. Verweerder had ten onrechte niet onderzocht of eiser op grond van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn bescherming toekomt.
Verder stelde de rechtbank vast dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is omtrent de vraag of artikel 3 EVRM Pro duurzaam uitzetting belemmert. De belangenafweging inzake het gezinsleven van eiser werd eveneens zorgvuldig beoordeeld, waarbij werd geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat vestiging in Turkije onmogelijk is. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.