ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser, die in Nederland verblijft en asiel aanvraagt, is ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag wegens betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen als voormalig generaal bij de KhAD/WAD in Afghanistan.
De rechtbank bevestigt dat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, ondanks kritiek van eiser en verwijzingen naar rapporten van de UNHCR en een brief van het Afghaanse parlement, voldoende betrouwbaar en onderbouwd is om de toepassing van artikel 1(F) te rechtvaardigen. Nieuwe feiten of omstandigheden die tot een herziening zouden kunnen leiden, zijn niet aannemelijk gemaakt.
Verder oordeelt de rechtbank dat de ongewenstverklaring niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, aangezien de belangen van eiser en zijn gezin zorgvuldig zijn afgewogen tegen het belang van de openbare orde en internationale betrekkingen. Het langdurige verblijf en de familiebanden in Nederland wegen niet zwaarder dan de ernstige bezwaren tegen eiser.
Ook het beroep op het verstrijken van een termijn van tien jaar en het recht op opvang faalt, omdat het beleid en de toepasselijke wetgeving dit niet vereisen en het COA verantwoordelijk is voor opvangbesluiten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring en weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.