ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en EVRM
Eiser is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Diverse eerdere uitspraken bevestigden deze status, die rechtens onaantastbaar is geworden. Eiser heeft geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aangevoerd die dit oordeel kunnen wijzigen.
De rechtbank heeft uitgebreid onderzocht of de door eiser aangevoerde brieven, notities en rapporten van onder meer de UNHCR en het ministerie van Buitenlandse Zaken concrete aanknopingspunten bieden voor twijfel aan het ambtsbericht van 29 februari 2000. Dit is niet het geval, mede omdat de bronnen onvoldoende concreet en betrouwbaar zijn onderbouwd.
Ook de verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan en de medische toestand van eiser bieden geen aanleiding om de ongewenstverklaring op te heffen. Het beroep op artikel 3 en Pro artikel 8 van Pro het EVRM faalt, omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel kunnen aantasten.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de ongewenstverklaring te handhaven en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.