ECLI:NL:RBSGR:2010:BN2079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na 12 jaar en weigering verlenging wegens onvoldoende onderbouwing
Partijen zijn gehuwd geweest van 1967 tot 1994. De rechtbank stelde in 1994 een alimentatieverplichting vast die na inschrijving van de echtscheiding op 29 december 1994 inging. De man verzocht beëindiging van de alimentatie per 29 december 2006, na het verstrijken van de wettelijke termijn van 12 jaar volgens artikel 1:157 lid 4 BW Pro.
De vrouw stelde dat het een 'oud geval' betrof met een langere termijn van 15 jaar en verzocht verlenging van de alimentatie. De rechtbank oordeelde dat de 12-jaarstermijn van toepassing was en dat de alimentatieverplichting na deze termijn van rechtswege eindigde, maar dat door voortgezette betalingen en acceptatie daarvan een stilzwijgende overeenkomst tot voortzetting was ontstaan tot het verzoek van 25 november 2009.
De vrouw vroeg vervolgens om verlenging van de alimentatie, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt was en een onaanvaardbare inkomensachteruitgang zou lijden. De rechtbank vond dat zij onvoldoende had onderbouwd dat de beëindiging van de alimentatie niet van haar kon worden gevergd, mede omdat zij niet had aangetoond dat zij zich had ingespannen om eigen inkomen te verwerven en omdat zij een doorlopend krediet had afgesloten na de huwelijkse periode.
De rechtbank wees het verzoek tot verlenging af, bepaalde dat de alimentatieverplichting per 25 november 2009 was geëindigd, en dat de vrouw de reeds ontvangen alimentatie niet hoefde terug te betalen. Tevens werd bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie eindigt per 25 november 2009 en het verzoek tot verlenging wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.