ECLI:NL:HR:2006:AY9977
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie en toepassing Wet limitering alimentatie na scheiding
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie. Partijen waren gehuwd sinds 1971 en gescheiden in 1986. De vrouw vorderde alimentatie, die uiteindelijk in 1994 werd vastgesteld met ingang van 1 januari 1994. De man verzocht in 2001 om beëindiging van de alimentatie op grond van de Wet limitering alimentatie na scheiding (WLA), die een maximale duur van vijftien jaar voorschrijft.
De rechtbank kende de beëindiging toe, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af omdat de termijn van vijftien jaar nog niet was verstreken. De Hoge Raad bevestigde dat de termijn van vijftien jaar begint te lopen vanaf de datum van de rechterlijke uitspraak of overeenkomst waarbij de alimentatieverplichting ontstaat, en niet vanaf voorlopige voorzieningen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man en handhaafde het oordeel van het hof.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de WLA, met name dat voorlopige voorzieningen niet meetellen voor de berekening van de termijn van vijftien jaar. Dit sluit aan bij het doel van de wet om een evenwichtige oplossing te bieden voor alimentatiebetalingen die reeds lange tijd lopen. De Hoge Raad benadrukte dat de alimentatieverplichting jegens een gewezen echtgenoot centraal staat in deze regeling.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de termijn van vijftien jaar voor alimentatie begint bij de definitieve rechterlijke uitspraak of overeenkomst.