ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2812
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag bevestigd ondanks beroep op EVRM
Eiser, met de Somalische nationaliteit, is ongewenst verklaard op basis van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege ernstige redenen te veronderstellen betrokkenheid bij ernstige niet-politieke misdrijven. Eerder is dit standpunt door de rechtbank bevestigd, waardoor het besluit juridisch onaantastbaar is geworden. Eiser voerde aan dat de situatie in Mogadishu onveilig is en dat zijn rechten op grond van artikel 3 en Pro 8 EVRM worden geschonden, maar leverde onvoldoende feitelijke onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat het tijdsverloop sinds de eerdere uitspraak geen nieuwe feiten of omstandigheden vormt die de toepassing van artikel 1(F) kunnen ontkrachten. Ook het herroepen van eerdere verklaringen door eiser werd niet als zodanig beschouwd. De motivering van het besluit door verweerder werd als voldoende beoordeeld en het algemeen belang werd zwaarder geacht dan het belang van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.