ECLI:NL:RVS:2009:BJ7497
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring vreemdeling en toetsing EVRM artikel 3
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het bezwaar van een vreemdeling tegen een ongewenstverklaring gegrond had verklaard. De vreemdeling was in 2004 ongewenst verklaard en het bezwaar daartegen werd in 2008 door de staatssecretaris ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris een verkeerde toetsingsmaatstaf hanteerde bij de beoordeling of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting. De Raad benadrukt dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag niet verplicht tot weigering van toegang of verblijf, en dat de jurisprudentie een toetsingskader biedt voor situaties waarin een vreemdeling een verblijfstitel wordt geweigerd terwijl uitzetting niet kan worden verlangd.
Verder overweegt de Raad dat de vreemdeling zich niet langdurig in een situatie bevindt waarin uitzetting onmogelijk is vanwege artikel 3 EVRM Pro, en dat het niet aannemelijk is gemaakt dat artikel 3 zich Pro duurzaam verzet tegen uitzetting. Ook worden de door de vreemdeling aangevoerde verwachtingen omtrent intrekking van de ongewenstverklaring niet gegrond geacht.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.