ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiseres is op 14 september 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Zij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel, nadat een eerdere procedure tegen de inbewaringstelling was afgewezen. De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd was, met name of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank analyseerde de situatie rond de afgifte van laissez-passers (lp's) door de Chinese autoriteiten. Hoewel in mei 2010 achttien lp's werden toegezegd en zeventien in juni 2010 werden verstrekt, bleek daarna een half jaar verstreken zonder nieuwe beslissingen op lp-aanvragen. De rechtbank concludeerde dat deze ontwikkeling onvoldoende zicht biedt op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door niet tijdig een kopie van de identiteitskaart van eiseres aan de Chinese autoriteiten te verzenden, wat de kans op een succesvolle lp-aanvraag had kunnen vergroten. Hierdoor werd de voortzetting van de bewaring vanaf 29 september 2010 onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiseres een schadevergoeding van €3.440 toe. Tevens werden de proceskosten van €1.092,50 aan eiseres toegekend, te betalen door de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring en kent een schadevergoeding toe wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.