ECLI:NL:RVS:2010:BN4048
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting naar China na toezeggingen afgifte laissez passer
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen het oordeel dat er zicht op uitzetting naar China bestond. De rechtbank had geoordeeld dat de toezeggingen van de Chinese autoriteiten in mei 2010 voor afgifte van 18 laissez passer, waarvan er inmiddels 17 verstrekt waren, voldoende concreet waren om te spreken van zicht op uitzetting.
De vreemdeling betoogde dat eerdere toezeggingen in 2009 niet tot daadwerkelijke uitzettingen hadden geleid en dat hij als ongedocumenteerde vreemdeling niet kon worden verweten onvoldoende mee te werken. De Raad van State oordeelde dat de recente ontwikkelingen, waaronder de verstrekte laissez passer en het intensieve overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten, wijzen op een structurele verandering in de opstelling van China.
De Raad stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat de Chinese autoriteiten het van belang achtten dat vreemdelingen niet in bewaring waren gesteld en dat de vreemdeling geen concrete feiten had gesteld die het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn uitsluiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn wordt bevestigd.