ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7688
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiser, met Chinese of Noord-Koreaanse nationaliteit, werd op 25 augustus 2010 in bewaring gesteld. Hij voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege het uitblijven van beslissingen op laissez-passer (lp)-aanvragen door de Chinese autoriteiten sinds 2007. Verweerder stelde dat er zicht was op uitzetting, verwijzend naar de afgifte van zeventien lp’s in juni 2010 en diplomatiek overleg.
De rechtbank stelde vast dat sinds de afgifte van deze lp’s een half jaar was verstreken zonder nieuwe beslissingen op lp-aanvragen. Het aantal uitgezette vreemdelingen in 2010 omvatte ook personen met geldig paspoort of identiteitskaart, en vijf vertrokken via IOM, wat geen gedwongen uitzetting betrof. De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de Chinese autoriteiten lp-aanvragen van verweerder inhoudelijk beoordelen.
Gezien deze feiten oordeelde de rechtbank dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De maatregel van bewaring werd daarom opgeheven met ingang van 9 december 2010. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven per 9 december 2010 wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.