ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4550
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs valsheid in geschrifte en witwassen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. De dagvaarding werd nietig verklaard voor het onderdeel witwassen onder 1A wegens innerlijke tegenstrijdigheid. Voor de feiten onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2 werd vastgesteld dat het bewijs niet wettig en overtuigend was.
Verdachte werd ervan beschuldigd een bezwaarschrift aan de Belastingdienst te hebben ingediend op briefpapier van een accountants- en belastingadvieskantoor zonder dat de belanghebbende cliënt was, wat zou duiden op valsheid in geschrifte. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het briefpapier niet automatisch een vals merk opleverde en dat het bezwaarschrift niet valselijk was opgemaakt in de zin van de wet.
De verdediging voerde diverse verweren, waaronder niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens onrechtmatige opsporingsmethoden, schending van het gelijkheidsbeginsel, en schending van het recht op een eerlijk proces door publicaties in de media. Deze verweren werden door de rechtbank gemotiveerd verworpen. Gezien de beperkte bewijsvoering sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en nietigheid van dagvaarding voor een deel van de tenlastelegging.