ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5805
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens onvoldoende aannemelijkheid eerwraak en verslechterde veiligheidssituatie Irak
Eiseres, een Iraakse vrouw, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid, welke is ingetrokken nadat dit beleid werd beëindigd. Zij vordert nu een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat zij bij terugkeer naar Irak te vrezen heeft voor eerwraak en dat de veiligheidssituatie in Kirkuk ernstig is.
De rechtbank oordeelt dat de verblijfsvergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro d Vw 2000 niet gelijkgesteld kan worden met een verblijfsvergunning op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro c van de Definitierichtlijn, zodat toetsing aan artikel 16 lid 2 van Pro die richtlijn niet vereist is. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd voor een reëel risico op eerwraak, mede omdat haar ex-echtgenoot het initiatief tot echtscheiding nam en er geen concrete aanwijzingen zijn dat hij of haar neven haar bedreigen.
Met betrekking tot de veiligheidssituatie in Irak, en specifiek Kirkuk, erkent de rechtbank dat deze ernstig is, maar concludeert dat deze niet zodanig is verslechterd sinds eerdere uitspraken van het EHRM dat subsidiaire bescherming op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro c van de Definitierichtlijn gerechtvaardigd is. Het aantal burgerslachtoffers is niet toegenomen sinds januari 2009 volgens onafhankelijke bronnen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op verlening van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van dreiging en verslechterde veiligheidssituatie.