ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitlatingen advocaat over rechter en procedure misbruik
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen een advocaat en een oud-rechter over uitlatingen in een boek waarin twijfel wordt gezaaid over de onpartijdigheid van de rechter in een Chipshol-zaak. De advocaat stelde dat de rechter uitvoerig telefonisch contact had met advocaten buiten de zitting om, wat de rechter ontkende en als onwaar bestempelde.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder getuigenverklaringen van de advocaat, zijn secretaresse, en andere betrokkenen, en concludeerde dat het niet vaststaat dat de rechter inhoudelijk met advocaten heeft gebeld. Wel is aannemelijk dat een telefoongesprek tussen de advocaat en de rechter heeft plaatsgevonden, maar onvoldoende bewijs is geleverd dat dit gesprek inhoudelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen van de advocaat onrechtmatig zijn jegens de rechter, omdat zij diens eer en goede naam aantasten zonder voldoende feitelijke onderbouwing. De vorderingen van de advocaat tegen de Staat en de landsadvocaat werden afgewezen, aangezien het handelen van de rechter niet als handelen van de Staat kon worden aangemerkt.
De rechterlijke macht werd door de Staat verdedigd, die de proceskosten van de rechter betaalde uit algemeen belang. De rechtbank oordeelde dat dit besluit redelijk was. De advocaat werd veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten. Het hof bevestigde dat het telefoongesprek heeft plaatsgevonden, maar liet de zaak open voor nader tegenbewijs.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlatingen van de advocaat onrechtmatig en veroordeelt hem tot schadevergoeding aan de rechter.