ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- K.M. Braun
- J.A. Booij
- Rechtspraak.nl
Navordering giftenaftrek bij lijfrenteschenking door grootmoeder na overlijden
Eiser stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003 waarin de Belastingdienst de giftenaftrek corrigeerde die was opgevoerd voor lijfrentetermijnen die na het overlijden van zijn grootmoeder waren betaald. De grootmoeder had een periodieke schenking gedaan aan een ANBI in de vorm van certificaten aandelen, met jaarlijkse overdracht gedurende vijf jaar, gekoppeld aan haar en haar zoon's leven.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet verplicht was nader onderzoek te doen bij de oorspronkelijke aangifte omdat deze er verzorgd uitzag en geen reden tot twijfel gaf. De inspecteur ontdekte het feit dat de schenking van de grootmoeder was nadat hij een andere aangifte onderzocht had, waardoor sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen sprake was van een gift in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 omdat de erfgenamen de lijfrentetermijnen en het schenkingsrecht als boedelschuld hadden aangemerkt, waardoor geen waardeverschuiving uit hun vermogen naar de begiftigde had plaatsgevonden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van feitelijk en rechtens gelijke gevallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag giftenaftrek wordt ongegrond verklaard.