ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. de Valk
- G.F. van der Linden-Burgers
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Vaststelling immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Eiser ontving een bijstandsuitkering die onrechtmatig werd ingetrokken en teruggevorderd door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de besluiten tot intrekking en terugvordering, waarna de uitkering werd hersteld en nagekomen.
Eiser maakte aanspraak op vergoeding van immateriële schade, waaronder geestelijk letsel in de vorm van een depressie en angststoornis, veroorzaakt door de financiële problemen, uithuiszetting en schulden die voortvloeiden uit de onrechtmatige besluiten. De rechtbank achtte het verband tussen de onrechtmatige besluiten en het geestelijk letsel voldoende aannemelijk gemaakt op basis van een psychiatrisch rapport en medische verklaringen.
De rechtbank wees de vergoeding van rentekosten en incasso/executiekosten af omdat deze reeds via wettelijke rente waren vergoed en de ziektekosten werden geacht door de ziektekostenverzekeraar te kunnen worden gedekt. De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op €2.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 juni 2009. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat onrechtmatige bestuursbesluiten leiden tot aansprakelijkheid voor immateriële schade indien sprake is van een psychiatrisch erkend ziektebeeld en een causaal verband met het besluit. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Burgerlijk Wetboek bij haar beoordeling.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €2.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 juni 2009, en tot betaling van griffierecht en proceskosten.