ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7356
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkstelling inlenersaansprakelijkheid loon- en omzetbelasting Uitzendbureau
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de aansprakelijkstelling van eiseres voor naheffingsaanslagen loonbelasting, premieheffing en omzetbelasting over 2002 en 2003 centraal. Eiseres werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde belastingschulden van Uitzendbureau [B], waarvan werknemers werkzaamheden verrichtten bij eiseres. De rechtbank onderzocht of verweerder alle relevante stukken had overgelegd, of de aanslagen aan de juiste persoon waren opgelegd en of de berekeningen van de naheffingsaanslagen correct waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had overgelegd en dat de naheffingsaanslagen terecht aan [A] handelend onder Uitzendbureau [B] waren opgelegd. De omkering van de bewijslast kon niet aan eiseres worden tegengeworpen, maar verweerder had aannemelijk gemaakt dat de aanslagen niet te hoog waren vastgesteld, mede door onderbouwing met facturen en strafvonnissen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aansprakelijk kon worden gehouden voor omzetbelasting over 2002 omdat die niet voldoende was onderbouwd. Ook werd bevestigd dat de relatie tussen eiseres en Uitzendbureau [B] als inlening moest worden aangemerkt. Diverse bezwaren van eiseres over het uurloon, het tarief en de toepassing van het eindheffingsregime werden verworpen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aansprakelijkstelling tot € 787.391. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, aansprakelijkstelling verminderd tot € 787.391 en proceskostenvergoeding toegewezen.