ECLI:NL:HR:2006:AW2181
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over eindheffingsregeling loonbelasting en anoniementarief
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete opgelegd over het tijdvak september tot en met december 2001, omdat hij te weinig loonbelasting had afgedragen over brutolonen van uitzendkrachten. Het Hof had de naheffingsaanslag en boete verminderd en geoordeeld dat de eindheffingsregeling niet van toepassing was.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de eindheffingsregeling in artikel 31 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964 te beperkt had uitgelegd en dat deze regeling wel van toepassing is als geen loonbelasting is betaald. Ook bevestigde de Hoge Raad dat het anoniementarief van 52% uit artikel 26b van de Wet correct wordt toegepast, ongeacht de premieplicht van de werknemer.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij het hof ook moet beoordelen of het verzoek van belanghebbende om artikel 31 niet Pro toe te passen gegrond is, mede gelet op de omstandigheden rond verhaalbaarheid van de uitbetalingen. Tevens werd gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure en de mogelijke gevolgen daarvan voor de boete.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met toepassing van de eindheffingsregeling en het anoniementarief.