ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3901
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan wegens onvoldoende wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse onderdaan, vroeg een verblijfsvergunning aan om als zelfstandige te werken. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat zijn activiteiten een wezenlijk Nederlands belang dienden, zoals vereist volgens het geldende criterium dat sinds 1973 geldt en recent bevestigd is door beleidsregels en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat het puntensysteem dat eerder werd toegepast niet van toepassing is op Turkse onderdanen vanwege de standstillbepaling in de Associatieovereenkomst. Het toetsingskader is daarmee teruggebracht tot het criterium dat sinds 1973 geldt: de bedrijfsactiviteiten moeten in een behoefte voorzien en mogen geen negatieve invloed hebben op de markteconomie of werkgelegenheid.
Eiser had onvoldoende gegevens verstrekt om aan te tonen dat zijn onderneming aan dit criterium voldoet. Het enkele feit dat hij zichzelf als zelfstandige kan bedruipen, is onvoldoende bewijs. Ook het bezwaar dat het criterium vaag is en dat beleidsregels ontbreken, werd verworpen omdat de motivering van het besluit en het advies van de Minister voldoende duidelijkheid boden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en het beroep afwees. Tevens werd bevestigd dat eiser niet in het bezit was van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, wat een geldige tegenwerping is. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige wordt afgewezen.