ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenprocedure
Eiser, een staatloze, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen en met terugwerkende kracht ingetrokken. Na bezwaar werd de vergunning alsnog verleend, maar de procedure duurde langer dan de wettelijk gestelde beslistermijnen. Eiser vorderde schadevergoeding wegens het verlies van zijn baan, ontruiming van zijn woning en het uitblijven van een uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het overschrijden van de beslistermijnen onrechtmatig handelen van verweerder inhoudt, maar dat de gevorderde schade niet voldoet aan het relativiteitsvereiste omdat de aanvraag niet strekt tot bescherming van vermogensrechtelijke belangen. Daarnaast was de termijn voor bezwaarbehandeling niet overschreden. De vertraging in het verstrekken van het verblijfsdocument werd niet als onrechtmatig aangemerkt.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak dat het recht op verblijf niet gelijkstaat aan bescherming van vermogensrechtelijke belangen zoals inkomen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het niet voldoen aan het relativiteitsvereiste en het niet overschrijden van de redelijke termijn voor bezwaarbehandeling.