ECLI:NL:RBSGR:2011:BT1642
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als beperking arbeid als zelfstandige. Verweerder wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de beoogde bedrijfsmatige activiteit een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie zou leveren. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd bevestigd dat het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' reeds sinds 1973 wordt gehanteerd en dat dit criterium inhoudt dat de activiteit moet voorzien in een behoefte zonder negatieve invloed op de markteconomie of werkgelegenheid. Eiser voerde aan dat het ontbreken van subcriteria onzorgvuldig was en dat beperkingen discriminatoir zouden zijn, maar deze gronden werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag inhoudelijk had beoordeeld en dat eiser onvoldoende gegevens had verstrekt, zoals marktanalyses en financiële prognoses, om de levensvatbaarheid van zijn onderneming aan te tonen. Het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf kon mede aan eiser worden tegengeworpen. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor zelfstandige wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het wezenlijk Nederlands belang.