ECLI:NL:RBSGR:2011:BT6367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- R.C.H.M. Lips
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over administratieplicht en boetebeschikkingen coffeeshopexploitant
Eiser exploiteert sinds 1986 een coffeeshop en verkocht in 2004 en 2005 softdrugs en aanverwante artikelen. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens het niet voldoen aan de administratieplicht en het doen van onjuiste aangiften. De rechtbank stelt vast dat eiser een onderneming dreef en niet aan de administratieplicht voldeed, onder meer door het ontbreken van een kas- en voorraadadministratie.
De rechtbank oordeelt echter dat verweerder jarenlang zonder correcties of boetes heeft gehandeld ondanks kennis van de gebrekkige administratie, waardoor eiser gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de wijze van administratie. Toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast is daarom in strijd met het vertrouwensbeginsel en wordt achterwege gelaten.
Verder acht de rechtbank aannemelijk dat de brutowinstmarge ten minste 50% bedroeg en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de stelling dat softdrugs in consignatie werden verkocht. Verweerder slaagt er niet in opzet of grove schuld van eiser aan te tonen voor het opleggen van de boetes, mede omdat eiser een professioneel administratiekantoor inschakelde en geen reden had te twijfelen aan diens deskundigheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de boetebeschikkingen en bevestigt de navorderingsaanslagen en heffingsrente. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boetebeschikkingen worden vernietigd, de navorderingsaanslagen en heffingsrente blijven in stand.