ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8855
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband in nareisprocedure
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, welke door verweerder werd afgewezen omdat zij niet feitelijk tot het gezin van referente behoorde. De rechtbank onderzocht of het begrip 'feitelijk behoren tot het gezin' zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) gelijkgesteld kan worden aan het begrip 'family life' onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat deze begrippen niet gelijk zijn en dat verweerder terecht het nationale begrip hanteert zoals neergelegd in paragraaf C2/6 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds 2004 duurzaam bij haar oma verbleef en dat referente sinds 2004 geen financiële of verzorgende rol meer had. De vermeende gezinsband was volgens de rechtbank verbroken, mede omdat relevante positieve elementen die duiden op een tijdelijke scheiding ontbraken. Ook de stelling dat de oorlogssituatie in Somalië de scheiding veroorzaakte, werd onvoldoende onderbouwd.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de gunstigere bepalingen van Richtlijn 2003/86/EG buiten de reikwijdte van de reguliere minimumnormen vallen en dat eiseres haar aanspraken op grond van de richtlijn in een reguliere procedure kan doen gelden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de machtiging tot voorlopig verblijf wordt geweigerd wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.