ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9684
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublin-overdracht aan Italië wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Iraakse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees deze af omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat overdracht naar Italië zou leiden tot schending van zijn rechten, onder meer vanwege problematische opvang en medische omstandigheden in Italië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de documenten en rapporten die eiser aanvoerde, niet leiden tot het oordeel dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 3:46 Awb Pro vernietigbaar. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand, zodat de overdracht aan Italië kan plaatsvinden.
De rechtbank overwoog verder dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarom van toepassing blijft. Ook het beroep op medische klachten en persoonlijke omstandigheden werd niet voldoende onderbouwd geacht.
Ten slotte veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Italië wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.