ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9889
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Somalische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland, maar de minister wees dit af op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. Eiser voerde aan dat Italië de mensenrechten schendt, met name artikel 3 EVRM Pro en het Vluchtelingenverdrag, en dat hij risico loopt op indirect-refoulement.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun internationale verplichtingen naleven, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen. Eiser slaagde er niet in dergelijke aanwijzingen aan te tonen. Diverse rapporten en interim measures boden geen voldoende individuele grond om het vertrouwen in Italië te weerleggen.
De rechtbank wees erop dat de interim measure die op eiser betrekking heeft, slechts een tijdelijk karakter heeft en de overdrachtstermijn opschort. Ook werd geoordeeld dat eiser klachten over de situatie in Italië eerst bij de Italiaanse autoriteiten en eventueel het EHRM moet voorleggen.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.