ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4354
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublin-verordening
Verzoeker, een Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland die werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker stelde dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet naleeft en dat terugzending tot schending van zijn rechten zou leiden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot heroverweging van de minister van Justitie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van Vo 1560/2003 moet worden aangemerkt en dat het eerdere besluit onjuist was omdat de instemming van Italië pas op 19 mei 2010 werd verkregen, waardoor de termijn voor overdracht pas daarna begint te lopen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat geen nieuwe beslissing tot een gunstiger resultaat voor verzoeker zal leiden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, met inachtneming dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.