ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6139
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen inreisverbod en terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, is in 2006 uitgezet naar Marokko en verblijft sindsdien illegaal in Nederland. Zij diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier bij partner, die steeds werden afgewezen. Verweerder heeft haar aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en heeft een inreisverbod van twee jaar opgelegd, omdat zij Nederland onmiddellijk moest verlaten vanwege het risico op onttrekking aan toezicht.
De voorzieningenrechter overweegt dat het mvv-vereiste terecht tegen verzoekster is ingebracht en dat het beroep op EU-recht en internationale verdragen zoals het EVRM en IVRK niet slaagt. Hoewel het inreisverbod een inmenging vormt in het gezinsleven, is deze gerechtvaardigd omdat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Marokko voort te zetten.
De belangen van de kinderen zijn meegewogen en de voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder binnen de grenzen van het recht is gebleven. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het inreisverbod en terugkeerbesluit wordt afgewezen.