ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2846
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering participatiebudget wegens niet tijdige verantwoordingsinformatie
De gemeente Gouda werd geconfronteerd met een terugvordering van €859.422 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanwege het niet tijdig aanleveren van verantwoordingsinformatie over het participatiebudget 2009. De verantwoordingsinformatie had vóór 15 juli 2010 ingediend moeten worden volgens artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, maar werd pas na 12 mei 2011 overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat deze wettelijke termijn een afwijking vormt van de hoofdregel in artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor correcties na die datum niet meer in bezwaar kunnen worden betrokken. De aanvullende verantwoording en accountantsverklaring die in de bezwaarfase werden overgelegd, konden daarom niet leiden tot het afzien van terugvordering.
Verder werd geoordeeld dat de onzekerheid over de rechtmatigheid van het bestede bedrag terecht werd aangemerkt als onrechtmatigheid die terugvordering rechtvaardigt. Het beroep van de gemeente dat de terugvordering disproportionele gevolgen zou hebben en dat de overgang van kasstelsel naar baten-lastenstelsel bijzondere omstandigheden vormde, werd verworpen.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de minister om de terugvordering te gelasten en verwierp het betoog dat artikel 4, tweede lid, van de Wpb onverbindend zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Gouda tegen de terugvordering van €859.422 wegens niet tijdige verantwoordingsinformatie wordt ongegrond verklaard.