ECLI:NL:CRVB:2010:BN1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering werkdeel WWB wegens geaccepteerde uitvoeringspraktijk gemeente Leeuwarden
De gemeente Leeuwarden had in 2004 voorschotten verstrekt aan re-integratiebedrijven met contracten van vier jaar, waarbij de rechtmatigheid van de besteding van deze voorschotten pas na afloop van de contractperiode kon worden vastgesteld. De Staatssecretaris vorderde op grond van artikel 70, eerste lid, WWB een bedrag van €486.127 terug wegens onrechtmatige besteding.
De Raad constateerde dat de gemeente jarenlang een afwijkende uitvoeringspraktijk hanteerde die door de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) en de Auditdienst werd geaccepteerd en dat de gemeente niet tijdig haar werkwijze kon aanpassen aan het gewijzigde beleid. Hierdoor was het voor de gemeente onmogelijk om de rechtmatigheid van de besteding binnen de gestelde termijn aan te tonen.
De Raad oordeelde dat de Staatssecretaris de onzekerheid over de rechtmatigheid had moeten accepteren en daarom niet bevoegd was tot terugvordering van het volledige bedrag. Na een accountantsverklaring in 2010 werd vastgesteld dat een groot deel van het bedrag rechtmatig was besteed, waarna het terugvorderingsbedrag werd vastgesteld op €11.402.
De Raad vernietigde het eerdere besluit van de Staatssecretaris en veroordeelde hem in de proceskosten van de gemeente. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de gemeente vergoed.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een geaccepteerde uitvoeringspraktijk en de grenzen van terugvordering bij onzekerheid over rechtmatigheid binnen de WWB.
Uitkomst: De terugvordering van €486.127 werd grotendeels vernietigd en vastgesteld op €11.402 wegens geaccepteerde afwijkende uitvoeringspraktijk.