ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4418
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens ontbreken werknemerschap en onterecht werkgeverschap
Eisers werden een bestuurlijke boete van €32.000 opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen door het laten werken van vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning (twv). De rechtbank oordeelt dat eiseres zelf niet als belanghebbende kan optreden omdat zij is ontbonden en verklaart haar bezwaar niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van de Bulgaarse vreemdeling 2 is onvoldoende gebleken dat sprake was van een werknemer in de zin van het EG-Verdrag, omdat de werkzaamheden marginaal waren en geen gezagsverhouding bestond. De Turkse vreemdeling 1 werd wel als werknemer aangemerkt, ondanks dat hij als vennoot was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, omdat feitelijke omstandigheden wezen op werknemerschap.
Eiser voerde aan dat hij als Turkse zelfstandige onder de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol viel en dat de boete en het werkgeversbegrip een nieuwe, ontoelaatbare beperking vormden. De rechtbank verwierp deze betogen, stellende dat de huidige regels niet in strijd zijn met het recht op vestiging en dat de boetes terecht zijn opgelegd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de boete vast op €20.000, een vermindering van €12.000. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en vergoedt het betaalde griffierecht aan eisers.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €20.000 en eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.