ECLI:NL:RBSHE:2003:AI1469
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling voor onbetaalde premies wegens verjaring en mandaatgebrek
Eiseres is door verweerder hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies over de jaren 1989 en 1990, verricht door een aannemer. Eerder is het primaire besluit vernietigd, waarna verweerder het bedrag opnieuw vaststelde. Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van 21 mei 2001, waarin bezwaar tegen het primaire besluit deels werd gehonoreerd.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit bevoegdelijk is genomen, ondanks onduidelijkheid over ondertekening, omdat mandaatbesluiten dit toestonden. De kern van het geschil betreft de vraag of de invorderingstermijn van tien jaren, zoals bepaald in artikel 13, tweede lid, van de CSV, is verstreken. De rechtbank stelt vast dat deze termijn begon te lopen bij vaststelling van de premieschuld van de hoofdschuldenaar en op 24 mei 2000 was verstreken, waardoor verweerder niet bevoegd was tot invordering bij het primaire besluit van 23 oktober 2000.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en zowel het bestreden besluit als het primaire besluit vernietigd. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten voor de beroepsfase en het griffierecht, maar wijst vergoeding van kosten in de bezwaarfase af wegens het ontbreken van een bijzonder geval.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot hoofdelijk aansprakelijkstelling wordt vernietigd wegens verjaring.