ECLI:NL:RBSHE:2010:BN7646

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09/2865
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:15 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:72 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen opgave BTW-compensatiefonds

Eiseres heeft op 21 juli 2003 een opgave gedaan voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds over het tweede kwartaal van 2003. Verweerder wees het bezwaar tegen deze opgave af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De Hoge Raad verwees de zaak naar de algemene bestuursrechter omdat de opgave geen beschikking is in de zin van de Wet op het BTW-compensatiefonds, maar mogelijk een aanvraag waarop bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat de opgave geen besluit van een bestuursorgaan is zoals bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb, en dat het bezwaar daarom ten onrechte ontvankelijk is verklaard door verweerder. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Vervolgens verklaart de rechtbank het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en draagt op het ten onrechte geheven griffierecht terug te storten. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de opgave voor het BTW-compensatiefonds wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH
Sector bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 09/2865 PROCES-VERBAAL
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 10 september 2010
inzake
[eiseres],
eiseres,
gemachtigde mr. J.L.M.J. Vervloed,
tegen
de Inspecteur van de Belastingdienst, Oost-Brabant, te Eindhoven,
verweerder,
gemachtigden mr. Th. A. Cornelissen en mr. M. Smits.
Zitting hebben:
- mr. D.J. de Lange, voorzitter;
- mr. N.H.J.M. Veldman - Gielen, lid;
- mr. J.P.M. Kooijmans, lid;
- mr. H.J. van der Meiden, griffier.
Op 21 juli 2003 heeft eiseres, opgave gedaan op de voet van artikel 9, tweede lid van de Wet op het BTW-compensatiefonds, ter verkrijging van een bijdrage uit dit fonds ter hoogte van € 4.741.258 ter zake van de over de periode 1 april 2003 tot en met 30 juni 2003 betaalde omzetbelasting.
Bij uitspraak op bezwaar van 4 maart 2004 heeft verweerder het tegen die opgave gerichte bezwaar van 21 augustus 2003 afgewezen.
Eiseres heeft tegen die uitspraak beroep ingesteld.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 september 2010, waar eiseres is vertegenwoordigd door mr. S.T.M. Beelen, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigden.
De rechtbank heeft, gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, de volgende beslissing genomen:
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van 21 augustus 2003 alsnog niet-ontvankelijk en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten, begroot op € 322;
- draagt de griffier op in deze zaak geheven griffierecht ten bedrage van € 273 terug te storten.
De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen.
De belastingkamer van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft, bij uitspraak van 4 januari 2007, nr. 04/00685, het in de aanhef van dit proces-verbaal genoemde beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd, het bezwaar tegen de opgave niet-ontvankelijk verklaard, een proceskostenveroordeling uitgesproken en een last gegeven tot vergoeding van het griffierecht.
Bij arrest van 14 augustus 2009, nr. 43.863, heeft de derde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden, beslissende op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 januari 2007, het beroep in cassatie gegrond verklaard, de uitspraak van het gerechtshof vernietigd, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten en bepaald dat het bij het gerechtshof ingediende beroepschrift door de griffier van de Hoge Raad wordt doorgezonden naar de rechtbank 's-Hertogenbosch.
Aan deze doorzending ligt het oordeel van de Hoge Raad ten grondslag dat de opgave in het kader van het BTW-compensatiefonds geen beschikking is op de voet van artikel 9, tweede, derde, of vierde lid van de Wet op het BTW-compensatiefonds, maar een opgave waartegen mogelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar zou kunnen worden gemaakt. Als over het al dan niet bestaan van een dergelijke mogelijkheid een geschil rijst, is volgens de Hoge Raad niet de belastingrechter, maar de rechtbank als algemene bestuursrechter bevoegd om van dat geschil kennis te nemen. Volgens de Hoge Raad had het gerechtshof, na met juistheid te hebben vastgesteld dat de bestreden uitspraak geen bezwaar tegen een beschikking op grond van artikel 9, tweede, derde, of vierde lid van de Wet op het BTW-compensatiefonds betrof, zich onbevoegd moeten achten om van het beroep kennis te nemen en het beroepschrift met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb moeten doorzenden naar de bevoegde rechtbank.
De rechtbank ziet zich, gelet op het arrest van de Hoge Raad, allereerst gesteld voor de vraag of verweerder het bezwaar van eiseres tegen haar opgave ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds terecht ontvankelijk heeft geacht.
Op grond van artikel 8:1, in combinatie met artikel 7:1, van de Awb, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Volgens het derde lid van dit wetsartikel wordt onder aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen.
Het geschrift waartegen door eiseres bezwaar is gemaakt, betreft een door eiseres ingediende opgave inzake het BTW-compensatiefonds, ter verkrijging van een bijdrage uit dit fonds. Een dergelijke opgave kan als een aanvraag worden aangemerkt. Deze opgave is geen van een bestuursorgaan afkomstig besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Eerst de beslissing op deze opgave zou als een besluit kunnen worden aangemerkt.
Verweerder heeft het tegen de opgave gerichte bezwaar dan ook ten onrechte ontvankelijk geacht. Het bestreden besluit komt derhalve voor vernietiging in aanmerking. Het beroep is gegrond.
Gelet op de reden van gegrondverklaring, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep.
De rechtbank ziet aanleiding om, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank zal bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Verder acht de rechtbank termen aanwezig voor veroordeling van verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn, met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, begroot op € 322 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:
• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;
• waarde per punt € 322,
• wegingsfactor 1.
Omdat de zaak door de Hoge Raad ter verdere behandeling is verwezen naar de rechtbank, is ten onrechte griffierecht geheven. De rechtbank zal de griffier dan ook opdracht geven om het griffierecht terug te storten.
De rechtbank heeft er melding van gemaakt dat tegen deze uitspraak, binnen zes weken na de datum van toezending van het proces-verbaal, beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Waarvan is opgemaakt proces-verbaal.
Griffier Voorzitter
Afschriften verzonden: