ECLI:NL:HR:2009:BJ5199
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter bij bezwaar tegen opgave BTW-compensatiefonds
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een opgave ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds over het tweede kwartaal van 2003. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad stelde vast dat de opgave geen beschikking is in de zin van artikel 9, leden 2, 3 of 4 van de Wet op het BTW-compensatiefonds. Omdat de wet geen afwijkende regels bevat voor bezwaar tegen een dergelijke opgave, geldt de Algemene wet bestuursrecht. Het geschil over het bestaan van de mogelijkheid tot bezwaar tegen de opgave valt daarom onder de bevoegdheid van de algemene bestuursrechter en niet van de belastingrechter.
Het Hof had zich derhalve onbevoegd moeten verklaren en het beroepschrift moeten doorzenden naar de bevoegde rechtbank. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en bepaalde dat het beroepschrift wordt doorgezonden naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bepaalt dat de algemene bestuursrechter bevoegd is, met doorzending van het beroepschrift naar de rechtbank.