ECLI:NL:RBUTR:2004:AO7314
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid zonder billijke afvloeiingsregeling
Eiser, geboren in 1947, was sinds 1975 in dienst van de rechtsvoorganger van Zutrans en werkte als routeverkoper en later als chauffeur. Vanaf 1998 kampte hij met schouderklachten die leidden tot gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Na langdurige ziekte en het ontbreken van passend werk, zegde Zutrans de arbeidsovereenkomst op per 1 december 2002.
Eiser vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag omdat Zutrans geen billijke afvloeiingsregeling heeft getroffen. Hij stelt dat zijn werkzaamheden zwaar fysiek belastend waren en dat er een verband bestaat tussen zijn ziekte en het werk. Zutrans betwist dit verband en voert aan dat zij geen verwijt treft vanwege het arbeidsomstandighedenbeleid en dat eiser onvoldoende bewijs levert.
De kantonrechter stelt vast dat het ontslag formeel gerechtvaardigd was, maar dat de gevolgen voor eiser ernstig zijn gezien zijn leeftijd, arbeidsongeschiktheid en beperkte kansen op de arbeidsmarkt. Het werk was fysiek zwaar en Zutrans was al jaren bekend met de problematiek zonder adequate oplossingen te bieden. De kantonrechter acht het ontslag daarom kennelijk onredelijk en wijst op de noodzaak van een billijke vergoeding volgens de kantonrechtersformule.
Verdere procedurele stappen worden gelast, waaronder het benoemen van een deskundige voor het vaststellen van het causaal verband en het overleggen van relevante CAO's. Een comparitie wordt gepland om inlichtingen te verstrekken en een minnelijke regeling te beproeven.
Uitkomst: Het ontslag wordt kennelijk onredelijk geoordeeld en de zaak wordt aangehouden voor nader onderzoek en comparitie.