ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9380
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Visser
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn AAW-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de toekenning van een AAW-uitkering. De aanvraag dateert uit 1997, terwijl het definitieve besluit pas in 2001 viel, wat een overschrijding van meer dan drie jaar en zes maanden betekent.
De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro ook geldt voor de bestuurlijke fase, inclusief bezwaarprocedures, en dat deze termijn in dit geval is overschreden. Hoewel verweerder erkent dat de termijn is overschreden, betwist hij dat eiseres daardoor geestelijk leed heeft geleden dat een vergoeding rechtvaardigt.
Eiseres overlegt medische stukken ter onderbouwing van haar psychisch leed, maar de rechtbank acht deze onvoldoende om immateriële schade toe te kennen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, handhaaft de rechtsgevolgen, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, geen immateriële schadevergoeding toegekend, wel proceskosten vergoed.