ECLI:NL:RBUTR:2008:BC3127
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.E. Kneepkens
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke beslistermijn UWV
Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar tegen het afwijzende besluit van het UWV over zijn verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de redelijke beslistermijn was overschreden, met een bestuursorgaan-aandeel van bijna 16 maanden, en dat de overschrijding niet werd gerechtvaardigd. De rechtbank verwierp het standpunt van het UWV dat het verzoek te laat was ingediend en dat de interne richtlijn geen openbaar beleid vormde.
De rechtbank stelde vast dat eiser door de overschrijding spanning en frustratie had geleden en kende daarom een immateriële schadevergoeding van €1.200 toe. Tevens werd het besluit van 30 november 2006 vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan procesbelang. De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 6 EVRM Pro op bezwaarprocedures en bevestigt dat een verzoek om schadevergoeding ook na afloop van de procedure mogelijk is via een zelfstandig schadebesluit.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.