ECLI:NL:RBUTR:2006:AW2863
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J.A.G. van der Bruggen
- Y. Sneevliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging loondoorbetalingsverplichting wegens vertraagde re-integratie
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de loondoorbetalingsverplichting werd verlengd van 4 mei 2004 tot en met 4 september 2004 vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen en de afwijzing van een WAO-uitkering voor haar werkneemster.
De werkneemster was sinds mei 2003 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten. Na een onderzoek en advies van de bedrijfsarts werd vastgesteld dat de werkneemster duurzaam benutbare mogelijkheden had, maar dat eiseres te laat was gestart met re-integratie via het tweede spoor. De rechtbank oordeelt dat eiseres in het eerste ziektejaar terecht mocht afgaan op het oordeel van de arbodienst en dat er geen concrete aanwijzingen waren om dit te betwijfelen.
Hoewel de arbeidsdeskundige stelde dat passende werkzaamheden eerder hadden kunnen worden aangeboden, was er volgens de rechtbank geen onderbouwing dat dit vóór het actueel oordeel van de bedrijfsarts mogelijk was. De vertraging in het aanmelden voor het tweede spoor werd als verwijtbaar beoordeeld. De rechtbank achtte de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting met vier maanden proportioneel en motiefdeugdelijke.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.