ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3436
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke weigering openbaarmaking dossier Stichting CAOP
Eiser verzocht het college van procureurs-generaal om openbaarmaking van dossierstukken die het college op basis van artikel 2:297 BW Pro had opgevraagd bij de Stichting CAOP. Het college weigerde gedeeltelijk openbaarmaking, met verwijzing naar privacybescherming en bijzondere openbaarmakingsregelingen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd op grond van welke weigeringsgrond persoonsgegevens waren doorgehaald, waardoor het besluit op dat punt niet deugdelijk was en vernietiging vereiste. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen in stand, omdat het belang van privacy en persoonlijke levenssfeer zwaarder woog dan het belang van openbaarheid.
Verder werd geoordeeld dat het college ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro had toegepast om openbaarmaking van een rapport te weigeren, omdat het eerdere besluit niet door hetzelfde bestuursorgaan was genomen. Ook dit onderdeel van het besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd.
Andere beroepsgronden, zoals de toepassing van de bijzondere openbaarmakingsregeling van artikel 28 Rv Pro en de weigering van openbaarmaking op grond van artikel 10 Wob Pro, werden door de rechtbank afgewezen. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot gedeeltelijke weigering van openbaarmaking wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.