ECLI:NL:RBUTR:2012:BX7526
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid indicatie additionele zorguren boven Zorgzwaartepakket na 1 januari 2012
De zaak betreft de vraag of verweerder na 1 januari 2012 additionele zorguren bovenop een geïndiceerd Zorgzwaartepakket mag indiceren. Eiser stelt dat dit moet, verweerder betwist dit en beroept zich op gewijzigde regelgeving.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever met ingang van 1 januari 2012 expliciet heeft beoogd meerzorg dan het Zorgzwaartepakket uit te zonderen als aanspraak op zorg. Dit blijkt uit het gewijzigde artikel 2 van Pro het Zorgindicatiebesluit en toelichting van de Staatssecretaris. De Centrale Raad van Beroep heeft eerder geoordeeld dat een dergelijke uitzondering ook in de materiële wetgeving kan zijn neergelegd.
De rechtbank concludeert dat het indicatieorgaan sinds 1 januari 2012 niet langer bevoegd is additionele zorguren te indiceren bovenop het Zorgzwaartepakket. Hoewel dit kan betekenen dat verzekerden niet volledig in hun objectieve zorgbehoefte worden voorzien, is dit een bewuste keuze van de wetgever. De rechtbank vernietigt het besluit dat de verlaging van additionele uren met terugwerkende kracht vaststelt en beveelt een nieuw besluit.
Verder oordeelt de rechtbank over proceskosten, schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en het niet slagen van het beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor besluiten I t/m IV en gegrond voor besluit V voor zover het de ingangsdatum van de verlaging van additionele zorguren betreft; het besluit wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen.