ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ9307
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- M. Zomer
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid officier van justitie tot strafrechtelijke ontruiming van gekraakt pand
In deze kortgedingprocedure vordert de kraker van een pand in Zwolle een verbod aan de Staat om strafrechtelijke dwangmiddelen tot ontruiming toe te passen op grond van verdenking van overtreding van artikel 138 en Pro 429sexies van het Wetboek van Strafrecht. De kraker stelt dat de officier van justitie niet bevoegd is tot ontruiming zonder een formele wettelijke grondslag en beroept zich op zijn huisrecht en het recht op privacy.
De rechtbank onderzoekt of de officier van justitie bevoegd is om strafrechtelijke ontruiming toe te passen en stelt vast dat deze bevoegdheid haar grondslag vindt in artikel 124 van Pro de Rechtelijke Organisatie, artikel 429sexies Sr en artikel 2 van Pro de Politiewet. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er een redelijk vermoeden van overtreding bestaat, waarbij zij concludeert dat een gedeelte van het pand in het jaar voorafgaand aan de kraak feitelijk in gebruik is geweest, ondanks de stellingen van de kraker dat het pand verlaten was.
De rechtbank weegt verklaringen van betrokkenen, waaronder de huurder en de makelaar, en constateert dat het pand gebruikt is en dat er onderhandelingen over verkoop en bezichtigingen hebben plaatsgevonden. Dit leidt tot de conclusie dat de verdenking van overtreding van artikel 429sexies Sr redelijk is. De vordering van de kraker wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de kraker wordt afgewezen en de officier van justitie is bevoegd tot strafrechtelijke ontruiming.