ECLI:NL:RBZUT:2011:BR3890
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Wetering
- Rechtspraak.nl
Politierechter veroordeelt man voor uitkeringsfraude en voordeeltrekking uit misdrijf
De rechtbank Zutphen heeft op 22 juli 2011 uitspraak gedaan in een zaak tegen een 69-jarige man die werd verdacht van uitkeringsfraude. Verdachte woonde samen met een vrouw die haar gewijzigde woonsituatie niet had doorgegeven, waardoor zij onterecht een uitkering ontving. De man maakte gebruik van de woning en voorzieningen die werden betaald uit deze uitkering.
Uit observaties en verklaringen bleek dat verdachte en zijn partner een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij verdachte meerdere nachten per week bij haar verbleef en gebruik maakte van voorzieningen zoals gas, water en elektriciteit. Verdachte was op de hoogte van de uitkeringssituatie en wist dat samenwoning gemeld had moeten worden.
De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van stelselmatige observaties en dat verdachte zonder advocaat was verhoord, wat in strijd zou zijn met het fair trial beginsel. De rechtbank oordeelde echter dat de observaties niet stelselmatig waren en dat verdachte vooraf was geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand. De verklaring van verdachte werd daarom als bewijs toegelaten.
De politierechter sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit, maar veroordeelde hem voor het subsidiaire feit van opzettelijk voordeel trekken uit een door misdrijf verkregen goed. Gezien zijn leeftijd en omstandigheden werd een taakstraf van 40 uur opgelegd, met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur wegens opzettelijk voordeel trekken uit een door misdrijf verkregen goed.