ECLI:NL:RBZUT:2011:BU6958
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening met terugwerkende kracht van eigen bijdrage AWBZ niet in strijd met rechtszekerheid, invordering deels onrechtmatig
Eiseres verbleef van november 2008 tot februari 2009 in een zorginstelling met een lage eigen bijdrage op grond van een revalidatie-indicatie. Vanaf februari 2009 werd het verblijf omgezet in langdurig verblijf, waarvoor een hogere eigen bijdrage geldt. Verweerder stelde aanvankelijk de lage bijdrage vast, maar corrigeerde dit later met terugwerkende kracht naar de hoge bijdrage vanaf februari 2009.
Eiseres betwistte de terugwerkende kracht en de hoogte van de invordering, stellende dat de herziening onzorgvuldig en onbillijk was. De rechtbank oordeelde dat de herziening met terugwerkende kracht niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat eiseres en haar belangenbehartiger rekening hadden kunnen houden met de wijziging.
Wel werd geoordeeld dat de invordering over de gehele periode onredelijk is. Verweerder beschikte vanaf maart 2009 over de juiste informatie, maar paste de eigen bijdrage pas in maart 2010 aan. Volgens de 'zesmaandenjurisprudentie' van de Centrale Raad van Beroep mag invordering slechts plaatsvinden over de periode tot zes maanden na bekendheid met de juiste gegevens. De invordering vanaf september 2009 is daarmee onrechtmatig. Verweerder moet het invorderingsbedrag opnieuw bepalen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiseres en wees het beroep gedeeltelijk toe.
Uitkomst: De herziening van de eigen bijdrage met terugwerkende kracht is rechtmatig, maar de invordering is beperkt tot maximaal zes maanden na bekendheid met de juiste gegevens.