Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
- met dagtekening 31 december 2008 voor het jaar 2005 (V.56), procedurenr. 11/898;
- met dagtekening 15 augustus 2009 voor het jaar 2006 (V.66), procedurenr. 11/899;
- met dagtekening 22 augustus 2009 voor het jaar 2007 (V.76), procedurenr. 11/901;
- met dagtekening 14 augustus 2010 voor het jaar 2008 (V.86), procedurenr. 11/902.
2.Feiten
3.Geschil
5.Proceskosten en immateriële schadevergoeding
1 september 2009 (V.66 en V.76) en 2 september 2010 (V.86) is ten tijde van de onderhavige uitspraak tenminste een termijn van vier jaren en acht maanden verstreken. De procedure van belanghebbende heeft tot op heden de volgende fasen met de volgende tijdsduren doorlopen:
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag V.47 en de daarbij vastgestelde beschikking heffingsrente;
- vermindert de aanslag V.56 tot een naar een belastbaar bedrag van € 19.507 met dienovereenkomstige vermindering van de heffingsrente;
- vermindert de aanslag V.66 tot een naar een belastbaar bedrag van € 19.592 met dienovereenkomstige vermindering van de heffingsrente;
- vermindert de aanslag V.76 tot een naar een belastbaar bedrag van € 19.592 met dienovereenkomstige vermindering van de heffingsrente;
- vermindert de aanslag V.86 tot een naar een belastbaar bedrag van € 19.592 met dienovereenkomstige vermindering van de heffingsrente;
- vernietigt de boetebeschikkingen.
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 3.712,75;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 302 aan deze vergoedt;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: