ECLI:NL:RBZWB:2013:5375
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. Hamburger
- J. van Alphen
- I.M.T. Wijnands
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening Ziektewet bij stage als dienstbetrekking
Eiseres liep van september 2010 tot juni 2011 stage bij een stichting en ontving een stagevergoeding. Daarna trad zij in dienst bij dezelfde werkgever en viel zij in november 2011 wegens ziekte uit. Het UWV stelde het dagloon vast op basis van het gemiddelde loon in het refertejaar, inclusief de stagevergoeding. Eiseres maakte bezwaar omdat zij meende dat de stagevergoeding haar dagloon onredelijk verlaagde en dat zij als starter/herintreder behandeld had moeten worden.
De rechtbank overweegt dat de stage op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder g, van de Ziektewet als dienstbetrekking moet worden beschouwd, zodat de stagevergoeding terecht als loon wordt meegenomen. De rechtbank wijst erop dat zij formele wetgeving niet op haar innerlijke waarde kan toetsen en dat geen strijd met Unierecht of verdragsbepalingen is gebleken.
Verder stelt de rechtbank vast dat de wetgever bewust heeft gekozen om stagiaires niet als starter/herintreder aan te merken in artikel 6 van Pro het Besluit dagloonregels. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat het begrip starter/herintreder restrictief moet worden uitgelegd. Het meenemen van de stagevergoeding leidt niet tot een onredelijke afspiegeling van het welvaartsniveau van eiseres en is in overeenstemming met de verzekeringsgedachte van de Ziektewet.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het dagloon inclusief stagevergoeding wordt bevestigd.