ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4421
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en boete wegens niet opgegeven inkomsten uit hennepteelt
Belanghebbende heeft in het betreffende jaar hennep geteeld en deze inkomsten niet opgegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op op basis van een redelijke schatting van de opbrengst, waarbij rekening werd gehouden met twee oogsten van 110 planten per oogst, een opbrengst per plant en een verkoopprijs per gram. Belanghebbende betwistte de hoogte van de schatting en verwees naar een lagere ontnemingsvordering uit een strafrechtelijke procedure, maar de rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet gebonden is aan het oordeel van de politierechter en dat de schatting redelijk is.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende geen aangifte had gedaan, waardoor de bewijslast omkeerde en hij moest aantonen dat de aanslag onjuist was. Dit is niet voldoende gebleken. Ten aanzien van de opgelegde boete oordeelde de rechtbank dat sprake is van opzet vanwege het bewust niet aangeven van inkomsten. De stelling van belanghebbende dat dubbele bestraffing plaatsvindt werd verworpen omdat de strafrechtelijke veroordeling en de boete betrekking hebben op verschillende feiten.
De boete werd verminderd tot 50% van het oorspronkelijke bedrag, mede vanwege de omkering van de bewijslast en de financiële situatie van belanghebbende. De heffingsrente werd gehandhaafd. Tot slot werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en heffingsrente worden gehandhaafd, de boete wordt verminderd tot 50%, en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.