ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0395
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen Van Lanschot-bankrekening wegens onrechtmatigheden en onvoldoende voortvarendheid
Belanghebbende werd door de inspecteur navorderingsaanslagen opgelegd op basis van gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Luxemburg, verkregen via Belgische autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende en zijn echtgenote rechthebbenden waren van de rekening per 21 december 1994. De authenticiteit en rechtmatigheid van de verkregen gegevens worden bevestigd, waarbij het gebruik van het renseignement door de Nederlandse overheid is toegestaan.
De rechtbank stelt vast dat de navorderingsaanslagen voor de jaren tot en met 2000 ten onrechte aan belanghebbende zijn opgelegd, omdat de echtgenote het hoogste inkomen had en de aanslagen aan haar hadden moeten worden opgelegd. Verder is de tweede serie navorderingsaanslagen niet voortvarend opgelegd, aangezien de inspecteur na de eerste serie een jaar heeft gewacht zonder noodzaak. Dit leidt tot vernietiging van de aanslag over 2001.
Voor de jaren vanaf 2002 is niet aannemelijk dat het saldo van de bankrekening nog bestond, waardoor de navorderingsaanslagen vanaf 2002 eveneens worden vernietigd. De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding, waarbij de Minister van Veiligheid en Justitie als partij wordt betrokken.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen, boetes en heffingsrente worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten; het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding.