ECLI:NL:GHSHE:2012:BX5668
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.J. Huige
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- P.C. van der Vegt
- Rechtspraak.nl
Richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn in belastinggeschil
Deze zaak betreft het verzoek van belanghebbende tot toekenning van een immateriële schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wegens overschrijding van de redelijke termijn in een belastingprocedure.
Het Hof behandelt diverse algemene vraagstukken, zoals het recht op schadevergoeding ondanks gedragingen van de belastingplichtige die het geschil mede veroorzaken, de gegrondheid van het beroep als voorwaarde, de invloed van boetematiging, en de overgang van het recht op vergoeding bij overlijden van de belastingplichtige. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen de bezwaarfase en de beroepsfase, en worden factoren besproken die de redelijke termijn kunnen verlengen.
Het Hof concludeert dat de belastingplichtige recht heeft op vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn, ongeacht eigen schuld of risicoaanvaarding, tenzij de overschrijding aan de belastingplichtige zelf is toe te rekenen. De redelijke termijn wordt vastgesteld op één jaar voor de bezwaarfase en vier jaar voor de beroepsfase, met een overschrijding in deze zaak van 3,5 jaar waarvoor een vergoeding van €3.500 wordt toegekend.
Verder behandelt het Hof de hoogte van de vergoeding bij meerdere beschikkingen, meerdere vergelijkbare zaken en zaken van dezelfde gemachtigde, en wijst het betoog van de Inspecteur af dat de vergoeding gemaximeerd moet worden naar de financiële omvang van het geschil. Tot slot veroordeelt het Hof de Inspecteur en de Staat tot vergoeding van de immateriële schade en de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof kent een immateriële schadevergoeding toe van € 500 voor de bezwaarfase en € 3.500 voor de beroepsfase wegens overschrijding van de redelijke termijn.