Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Belanghebbende antwoordde als volgt, althans in woorden van gelijke strekking, op de volgende door ons [ambtenaren van de belastingdienst; Rb] gestelde vragen.
Hoeveel bankrekeningen (ongeacht aard, sparen, beleggen, etc.) hebben u en/of uw partner de afgelopen 12 jaar (gehad) in het buitenland?
Wat voor soort rekening hebben u en/of uw partner (gehad) en in welke valuta?
Wanneer zijn deze rekeningen geopend?
Door wie zijn deze rekeningen geopend?
Wat is de herkomst van de gestorte en/of overgemaakte bedragen?
Op welke wijze hebben u en/of uw partner bedragen opgenomen of laten opnemen, dan wel overgeboekt of laten overboeken van deze bankrekening(en) (…)?
Wat waren de bestedingsdoelen van deze opnamen of overboekingen?
Hebben u en/of uw partner het saldo en/of de opbrengsten van deze banktegoeden vermeld op de aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting?
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
“Een verklaring waarbij akkoord gegaan wordt dat de navorderingstermijn inkomstenbelasting 1990/vermogensbelasting 1991 wordt opgerekt naar een dagtekening na 1-1-2003 wordt door de leiding van de projectgroep niet goedgekeurd. In verband daarmee vervalt uw akkoordverklaring van 14 oktober jl.”Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende door deze mededeling niet langer gebonden aan de akkoordverklaring. De navorderingsaanslagen zijn op 31 mei 2003 opgelegd en daarmee buiten de wettelijke navorderingstermijn. De omstandigheid dat belanghebbende de inspecteur bij brief van 16 december 2002 heeft verzocht zich te houden aan de akkoordverklaring, maakt dat niet anders, nu de inspecteur niet binnen de wettelijke navorderingstermijn aan belanghebbende kenbaar heeft gemaakt aan dat verzoek tegemoet te komen. Gelet hierop vernietigt de rechtbank de navorderingsaanslag IB 1990 en VB 1991 en de bijbehorende beschikkingen.
.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB 1991, 1992 en 1993 en VB 1992 en 1993 en de bijbehorende beschikkingen heffingsrente ongegrond;
- verklaart de overige beroepen gegrond en vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB 1990 en VB 1991 en de bijbehorende beschikkingen heffingsrente en boetebeschikkingen;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag IB 1992 tot ƒ 3.500;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag IB 1993 tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1994 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 49.998, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1995 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 62.279, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1996 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 76.723, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1997 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 71.869, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1998 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 67.555, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 1999 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 85.549, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 2000 tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 88.258, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 4.900;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 2002 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 17.899 (met handhaving van de overige elementen), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot € 800;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 2003 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 11.974 (met handhaving van de overige elementen), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot € 800;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 2005 tot een berekend naar belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 27.155 (met handhaving van de overige elementen), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot € 800;
- vermindert de navorderingsaanslag IB 2006 tot een berekend naar belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 24.651 (met handhaving van de overige elementen), vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot € 800;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag VB 1993 tot ƒ 560;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1994 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ 648.320, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1995 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ 470.640, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1997 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ 778.691, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1998 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ 951.920, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1999 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ1.195.200, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 2000 tot een berekend naar een belastbaar vermogen van ƒ 1.222.731, vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boete tot ƒ 700;
- veroordeelt de inspecteur tot het vergoeden van de immateriële schade aan belanghebbende van € 12.000;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.790;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: